Jeuk

by , on
14 juli 2017

Niemand geloofde dat we een jaar zouden wegblijven. Daar kwam ik pas later achter. Mijn vriendinnetjes, ouders, zus: iedereen zag aankomen dat we langer zouden reizen. Want na 9 maanden Afrika is ‘slechts’ 3 maanden Nieuw-Zeeland natuurlijk niet genoeg. Maar na Nieuw-Zeeland komen we toch gewoon terug naar Nederland?

Het duurde lang voordat we überhaupt wilden nadenken over ‘na Nieuw-Zeeland’. De eerste maanden hier tussen de Kiwi’s dompelden we ons onder in de luxe van het fietsen in een westers land. Geen constant gedrein en aandacht van plattelandskinderen, geen gebedel of gepluk aan het zonnepaneel dat open en bloot op de fietstassen ligt.

Gewoon op de stoeprand een broodje eten zonder schuldgevoel. Een espresso of flat white in een koffiezaakje, ondertussen op het free wifi onze Facebook-timeline doorscrollen. Onze tent opzetten op een gratis natuurcamping, en een biertje aangeboden krijgen van toeristen die onder de indruk zeggen te zijn van onze manier van reizen. En die vervolgens gewoon terugkeren naar hun eigen camper, zonder iets van ons terug te verlangen, zodat we in alle rust kunnen genieten van ons avondeten. De wekelijkse douche op een holiday park, waar we ook een wasje draaien, onze apparatuur opladen, kletsen in de gezamenlijke keuken.

 



Niet lang nadat we het zuideiland bereiken, keert de stemming. De luxe slaat door naar een teveel aan campers (ik schreef er eerder dit over). De temperatuur daalt en de mentaliteit van de Nieuw-Zeelanders ook. Zo nu en dan ontmoeten we fantastische en lieve mensen, maar het merendeel is bokkig onder de massale aantallen toeristen. En ondanks de grote boerderijen, dikke auto’s en volgestapelde supermarkten, lijken Nieuw-Zeelanders vooral steeds meer te willen en minder te delen. We bewegen ons in een Europese maatschappij, waar zowel het klimaat als de mensen ons vooral doen denken aan thuis. In de grote steden, zoals Dunedin, Wellington en Auckland, voelen we de heimwee soms de kop opsteken en betrappen we onszelf op het maken van plannetjes voor ‘later’, wanneer we weer in Nederland zijn.

 

 

En toch jeukt er iets

Het is verslavend. Het fietsen, het reizen. Het slapen in een tentje, het puzzelen op routes en het zeulen met een voorraad eten voor minstens een week (want je weet maar nooit). En ook de gekte, het avontuur, de absurditeiten van een wereld die de onze niet is.

Fietsen in Nieuw-Zeeland is ontzettend mooi en uitdagend. De natuur is adembenemend en enorm afwisselend, de fietstracks off road zijn pittig (zeker met bagage) en de afstanden zijn soms net lang genoeg om je alleen op de wereld te wanen. En toch is er die jeuk.

Komt het door al die verbods- en gebodsbordjes, waardoor alle eigen initiatief van tevoren al in de kiem wordt gesmoord? De health and safety regulatie waardoor je eigenlijk nergens meer echt risico loopt? Komt het door de zorgvuldig aangelegde routes die je de lust (en vrijheid) tot exploratie ontnemen?

Jaha, dat jeukt.

Het avontuur is doodgeslagen als lauw bier dat al te lang op de bar staat te wachten.

 

Na Nieuw-Zeeland

En daarom hebben we de afgelopen weken besteed aan het nadenken en plannen maken voor ‘na Nieuw-Zeeland’. De fantastische warmshower hosts in Wellington waar we bij logeren, hebben een grote wereldkaart aan de muur hangen met hun eigen fietstocht erop getekend. Het Franse stel is vanaf Europa naar China gefietst, en via Japan en dwars door Australië in Nieuw-Zeeland beland. De ideeën buitelden over elkaar heen. De winter in Azië doorbrengen? Naar Rusland fietsen? Toch met de boot naar Japan?

We willen ons opnieuw verbazen. We willen ontdekken, leren en begrijpen. Andere culturen, gebruiken, geuren en smaken ervaren. Onze maanden door Afrika waren zwaar, mooi, absurd en onvergetelijk. Samen belandden we in een andere wereld, waar ‘onze’ regels niet gelden, waar de vanzelfsprekendheid van onze eigen, kleinste alledaagsheid niet bestaat. Vermoeiend, fascinerend. De lichamelijke uitdaging alleen is niet de reden dat we reizen op de fiets.

Dit is fietsen

Op de fiets zit je niet in je eigen, afgesloten ruimte met klimaatbeheersing, stuurbekrachtiging en playlist met volumeknop. Er zit geen glas tussen jou en de wereld. Je gaat niet snel. Mensen kunnen je aanraken. Je roepen, tot stoppen manen. Je bent kwetsbaar. Je ruikt pis, zweet, barbecue. Houtvuren, verbrande koffie en regen. Je hoort kinderstemmen zingen in klaslokalen, je hoort vrouwen lachen, mannen schreeuwen. Je ziet verbazing, vreugde en pijn in de ogen van de mensen waarnaast je zit op het stoepje voor een winkeltje, waar je zojuist iets te drinken hebt gekocht. Je hoort de imam oproepen tot gebed. Je ruikt frisgewassen kerkgangers die met hoedjes en lange rokken zingend een golfplaten schuur binnengaan. Je voelt de zachte, warme huid van de baby die je in je handen gedrukt krijgt. Je proeft de weeïg zoete smaak van chai, en bloost door de pijnlijke stilte die valt als drie zussen met neergeslagen ogen tegenover je komen zitten in de benauwde hut. Buiten valt met veel geraas je fiets om en je hart klopt in je keel.

Dat. Dat.

Al die kleine en grote momenten. Wij willen de wereld voelen. Ervaren en begrijpen dat er zoveel meer waarheden, werkelijkheden bestaan.

We hebben ons ticket geboekt. Eind augustus vliegen we van Auckland naar Teheran. Om via Iran, Armenië, Georgië en Turkije naar Europa te fietsen. We komen naar huis. En onderweg naar huis laden we onze fietstassen vol met nieuwe avonturen.

2 Comments

  1. Sytske

    14 juli 2017 at 08:12

    Wauw!! Zo mooi geschreven en wat een ontzettend vet avontuur zijn jullie aangegaan!! Heel veel plezier met het maken van nieuwe herinneringen en met de oude nog in gedachten ♥

  2. jorrit

    14 juli 2017 at 09:27

    Dan ligt Leipzig op de route he 😉

Comments are closed.