Oh ja. Zeker. Het vreet aan me. De wetenschap dat ik niets deelde over Armenië, over Georgië. Prachtige landen waar we waanzinnige avonturen beleefden. Of het avontuur op het vrachtschip over de Zwarte Zee, en het laatste stuk dwars door Europa naar eindpunt Nederland. 

Allereerst: Armenië

“Armenië, officieel Republiek Armenië, is een onbekend en onbemind land.”(ANWB) Armenië, het land dat onder wereldfietsers bekend zou staan om de klimmeters nog erger dan de Himalaya (world bike platform op Facebook)

Dat onbemind, dat klopt niet. Ik durf te wedden dat je verkocht bent zodra je in een waterig zonnetje uitkijkt over oeroud landschap met her en der een kerkje, klooster of idioot oud-Russisch bouwwerk aan de horizon. Armenië is prachtig, intens en mystiek. Met inderdaad verdomd veel wegen omhoog.

Armenië. Het land van dagenlang klimmen. Het land van leegstaande kloosters (waar je dus prima met je tentje kunt overnachten). Armenië, land waar je op verlaten bergwegen door roedels valse honden achterna gezeten wordt. Armenië, land met militaire colonnes waarvan de soldaten met breed lachende Oostbloktronies enthousiast terugzwaaien, en waar landmijnen netjes achter rood afzetlint in de berm op je wachten. Armenië, land van weidse vergezichten, knorrige inwoners en zoete wijn. Land waar je geen wodka kunt afslaan en waar je wordt volgestopt met fetakaas. Armenië. We komen ooit, ooit weer terug. Beloofd.

Gevolgd door Georgië

Na twee dagen Yerevan, waar we ijs aten, musea bezochten en in een veel te duur hostel op krachten kwamen, fietsten we de laatste kilometers naar buurland Georgië. Nog nooit was ik zo dicht bij Rusland, het land waar ik een levenslange fascinatie voor koester. In Georgië maakte ik van elke Lada onderweg een foto (en dat zijn er veel). In Georgië maakten we bovendien onze laatste serieuze klim(kilo)meters. Ook al hebben we alleen het zuidwesten ontdekt: ook naar Georgië zullen we terugkeren. Na Iran en Armenië was ook dit land een mooi, veilig en verrassend land vol bijzondere mensen. Eindeloos vriendelijk voor fietsers. Maar we vlogen erdoorheen.

Winterontwijkend gedrag over de Zwarte Zee

We zagen op tegen Turkije. Het rommelde aan de grens, in het Koerdische gebied. Bovendien waren Nederland en Turkije niet zulke goede vrienden op het moment.  En we zagen op tegen de winter. In Nieuw-Zeeland hadden we al met -10 in een tentje gelegen. Winters in Europa kunnen even koud en onbarmhartig zijn. En wat denk je, zouden we de Kerst misschien in Nederland met onze familie kunnen doorbrengen? Heimwee en haast drongen zich op.

Halverwege Georgië ontdekten we dat we (heel goedkoop!) met een vrachtschip van Batumi naar Bulgarije zouden kunnen reizen. Dagenlang in een kleine hut met onze fietsen veilig in het vrachtruim. Zodat we het lange, winterkoude Turkije zouden kunnen overslaan.

Een vrachtschip dus. Na een dag wachten op een stoepje voor het ‘kantoor’ van de vrachtmaatschappij in Batumi, lukte het dan toch om iemand van de bemanning te spreken. Die ons vervolgens wegstuurde, omdat de boot niet zou varen. Midden in de nacht werden we gebeld door de kapitein: het schip voer toch uit, en wel die nacht. Razendsnel pakten we onze tassen en fietsen we in het pikkedonker naar de haven. Samen met ongeveer 25 te dikke Russische en Poolse vrachtwagenchauffeurs zouden wij 4 dagen over de Zwarte Zee varen. Op naar Europa.

Kort en goed en ongeduldig

Net als het ongeduld waarmee ik nu dit blog schrijf, kriebelde het ongeduld om thuis te komen. Zodra we in Burgas van het schip werden gelaten, jeukte het in onze buik. Naar huis! Naar huis! “Maar welk huis?” grapten we, terwijl we ons tentje in de laatste zomerse zonnestralen opzetten ergens aan de rand van het bos in noord-Bulgarije. We kozen ervoor om grofweg de Donau te volgen. De brede, kalme rivier bleek een stevige wegwijzer richting het westen.

Hallo, Europa

Na onze laatste zonnige wildkampeerweken in Bulgarije en Servië brak er een depressie aan. Tijdens een aanhoudende hoosbui knalden we tegen de grens met Hongarije op. Hoge hekken met prikkeldraad staken dreigend af tegen de grijze lucht. Hoewel wij dankzij onze Nederlandse paspoorten zonder problemen de grens overstaken, voelden we de kille kracht van fort Europa. In het eerste dorp waar we die avond terechtkwamen, werden we weggestuurd bij het enige hotel dat we konden vinden. De grenspolitie bezette alle kamers en nee, er was geen andere mogelijkheid. Ook konden we ons tentje niet in een tuin of op een stukje land opzetten. De ronduit vijandige hoteleigenaar zette ons eruit. Verzopen en verward dreigden we voor het eerst tijdens onze lange reis gewoon geen slaaplek te kunnen vinden.

Totdat Jozef ons oppikte. Een oude man die met ons op sleeptouw het stadje door reed, op zoek naar een plek waar we welkom waren. Hij klopte aan bij een weeshuis, een bed&breakfast en zijn vrienden. Niemand had plek of wilde ons. Jozef schold op de grenspolitie, die op illegalen jaagt en angst zaait in het grensstadje. We vermoedden dat Jozef een gepensioneerde geestelijke is. Uiteindelijk vond hij voor ons een kamer bij een klein gasthuis, weggestopt in een buitenwijk. We hebben als een blok geslapen. De volgende ochtend klopte de oude man bij ons aan. Hij duwde ons een grote zak walnoten in onze handen en omhelsde ons gedag.

Donauroute en Neder-Rijn Vallei

De Donauroute werd steeds meer een route, met bordjes en hotelletjes en toeristische informatie. En eerlijk: het is best de moeite waard. Hoewel niet avontuurlijk of uitdagend, is de route (zeker in Oostenrijk) een dromerig fietspad langs pittoreske dorpjes en lieflijke wijngaarden.

Zodra de Rijn de Donau kruiste, weken wij uit naar het noorden. De laatste dagen door de Neder-Rijn Vallei in Zuid-Duitsland gingen als een trein. Op naar Keulen, en van daar naar de grens met Nederland!

Vlak voor Frankfurt-am-Mein, aan het einde van de middag, deed ik iets geks. Ik viel van mijn fiets, waarbij mijn enkel zich dubbelvouwde en een vrachtwagen me ternauwernood kon ontwijken. Geen ongeluk, maar wel een lelijk dikke, donkerpaarse enkel. Die nacht lag ik met een been omhoog in de tent, en bibberde ik na van het bijna-ongeluk zo vlak bij thuis.

De laatste loodjes

Dankzij die voet, en ons ongeduld, duren de uren tijdens die laatste dagen in Duitsland eindeloos. We slapen weer bij een bevriende fietskoerier en bereiden ons nu voor op het na-twee-en-twintig-maanden weer zien van onze families. Er zijn zwemdiploma’s behaald, nieuwe banen gestart, promoties gemaakt, er waren zomers en winters verstreken en ons eerste nichtje werd geboren. We hebben zoveel in te halen. We kunnen niet wachten.