Het meisje met de wilde krullen danst met haar armen omhoog zwoel door de kamer. Ali* heupwiegt dichterbij en op de maat van de muziek bewegen ze uitdagend om elkaar heen.


Vriendinnen op de bank joelen. De vriend van het meisje met de wilde krullen lacht breed, neemt een grote slok van de zelfgestookte wodka en tokkelt vervolgens wild op zijn gitaar. Ik leun tegen de muur en denk aan het boek dat ik opensloeg in het vliegtuig naar Tehran: ‘Stiekem kan hier alles’.

Iran, het land waar 39 jaar geleden de Islamitische revolutie plaatsvond. Nadat Khomeini, met hulp van verschillende communistische en Islamitische –verzetsgroepen de macht greep, riep hij zichzelf uit tot Ayatollah besloot tot een Islamitische staat, waarin de Islam een verplichte nationale godsdienst werd. In Iran is het sindsdien verboden alcohol te drinken, als man en vrouw gemengd in de bus te zitten en voor vrouwen is de hijab verplicht. Ook mogen vrouwen niet zingen in het openbaar, niet dansen waar mannen bij zijn en is het niet gewenst dat mannen en vrouwen elkaar in het openbaar aanraken.

In het appartement van Ali wordt de fles wodka tot de bodem leeggedronken. Twee zachtaardig uitziende vriendinnen van de wilde krullenkop zingen traditionele Iraanse liederen waar iedereen in de kamer kippenvel van op de armen krijgt. ’s Avonds laat worden de taxi’s gebeld en verdwijnen de meisjes naar de slaapkamer van Ali, waar ze hun manteaus aanschieten en zorgvuldig hun hoofddoeken omknopen. In stilte wachten de meisjes vervolgens in de gang totdat de taxi voorrijdt.

> Lees ook: waarom Ali elke avond danst

Welcome in Iran!

Op straat kleven de blikken aan mijn kleurrijke doek, mijn blauwe ogen, mijn wandelschoenen. “Hello, welcome in Iran!” oefenen veel Iraniërs hun Engels. Hoewel de zakkerige zwarte jurk die ik heb aangeschaft, niet misstaat tussen de zwarte chadors van de religieuzen, ben ik overduidelijk een toerist. Joeri wordt op straat door een groepje mannen aangesproken op mijn grijs-blauw-wit-geblokte hoofddoek. Een Islamitische hoofddoek is zwart, en het is volgens deze mannen een schande dat ik me zo overduidelijk niet-gelovig kleed. Andere mannen bemoeien zich ermee. Zij vinden het beschamend en belachelijk dat wij als buitenlanders zo onheus worden bejegend. We krijgen een flinke watermeloen cadeau en zelfs ik krijg midden op straat een hand van de progressieve jongens.

De volgende avond heeft Ali weer andere vrienden uitgenodigd. “Why do you wear black?!”, roept de Iraans-Koerdische Z. uit. Zelf draagt ze lichte, kleurige kleding en zodra ze het appartement van Ali binnenstapt gooit ze direct haar hoofddoek af. Hoewel haar Engels beperkt blijft tot enkele woorden, kunnen we met handen en voeten –en de hulp van haar zoon en Ali- prima met elkaar kletsen. We laten elkaar foto’s zien. Ze bladert door mijn foto’s uit Nieuw-Zeeland, totdat ze op de eerste foto in Iran stuit. “I am so sorry”, zegt ze terwijl ze een foto van mij met hoofddoek ziet.

De man van Z. is in de gevangenis gestorven. Zijzelf heeft ook jarenlang vastgezeten, vertelt haar zoon. Het valt even stil. Ze zoekt een foto op haar telefoon. We zien Z. in Turkije, waar ze enkele jaren woonde voordat ze terug naar Iran kwam. “Free!” roept ze verrukt uit terwijl ze liefdevol naar haar beeldscherm wijst. Op de foto staat een hoofddoekloze Z., midden op straat in de Turkse zon.

Wiet en espresso in Rasht

“Look, look!” Als we door het kleine achtertuintje van zijn vriend naar buiten lopen, wijst M op een eenzame, goed verzorgde cannabisplant die tegen de schutting groeit. “Als de politie dat ziet, gaat zijn kop eraf!”, roept hij lachend, terwijl hij een snijdende beweging langs zijn keel maakt. We stappen weer in zijn auto, en scheuren dwars door het chaotische verkeer naar de andere kant van Rasht, waar we ’s avonds bij weer andere vrienden van M. zullen eten. Ongedurig claxonnerend navigeert M. handig door de stromen auto’s, waarin geen systeem of ademruimte lijkt te bestaan. M. brengt het grootste deel van het jaar door in Europa, waar hij werkt en studeert. Wat hij vindt van autorijden in zijn woonplaats Berlijn? “Saai!” roept hij hartgrondig uit. We lachen en worden tegen het autoportier geslingerd wanneer M een U-bocht maakt om op de andere weghelft te raken.

Later drinken we koffie in een espressobar. “Hier neem ik meestal meisjes mee naartoe als ik in Rasht bent,” legt M uit. Hij komt onregelmatig terug naar Iran, om zijn ouders te bezoeken en om zaken te doen. Of hij ooit nog terug zal verhuizen? Zijn blik wordt donker. “Ik voel me niet meer thuis in Iran. Ik zal hier nooit meer kunnen wonen. Hier in Iran leven we twee levens in één. Een leven speelt zich af in de buitenwereld, en het andere speelt zich af binnenshuis.”

Websites en apps zoals Facebook worden gefilterd, maar veel mensen hebben toch een profiel doordat ze een VPN hebben geïnstalleerd. “We gebruiken allerlei manieren om censuur te omzeilen. We rijden naar Azerbeidjan en smokkelen sterkedrank Iran binnen. Binnenshuis dansen mannen en vrouwen met elkaar, vieren we feest. Ongelovige vrouwen dragen make-up en schuiven hun hoofddoek ver op hun achterhoofd. Ik denk wel dat het langzaam beter wordt, progressiever. Mensen zijn nu al vrijer dan tien jaar geleden. Maar het duurt nog minstens tien, twintig jaar voordat er echt wat verandert. Ik heb niet zoveel geduld.” Tranen springen in zijn ogen. “Het is moeilijk. Want mijn ouders wonen hier. Maar ik heb niet zoveel tijd. Uiteindelijk heb ik maar één leven.”

Softijs in Tabriz

Als ik voorzichtig informeer naar de ‘moraalpolitie’ waar weleens over wordt gesproken, maakt hij een wegwerpgebaar met zijn hand. “Als je geld hebt…. Je weet wel, geen probleem!” In de straten waar we doorheen lopen, blinken de juweliers ons tegemoet. Iraniërs houden van glitter, goud en heel veel lichtjes. “Hier is het altijd Kerstmis!” grapt O. Hij flaneert met ons door de straten van dit welvarende, noordelijke gedeelte van de stad. Het is voor ons vrij gemakkelijk om in contact te komen met Iraniers, en om een host te vinden in steden zoals Tehran of Tabriz. Op de kaart van Warmshowers, het wereldwijde netwerk van hosts en wereldfietsers, poppen in Iran honderden hosts op. Ook O. hebben we via Warmshowers benaderd. Het favoriete Couchsurfing is inmiddels verboden door de overheid. Daarom wijken veel Iraniers uit naar platforms zoals Warmshowers, om met buitenlanders en toeristen in contact te komen. Al zien we bij sommige profielen inmiddels de opmerking staan dat hosts worden benaderd door de politie, met de waarschuwing dat ze geen buitenlandse mensen meer mogen opvangen in hun huis.

Op straat in Tabriz lopen jongens en meiden met hippe kleding. Ze lonken naar elkaar, dralen rond etalages vol dure, Westers ogende kleding en accessoires. We kopen een softijsje en schuiven al likkend met z’n drieën op een bankje. Er komt een man naast O. zitten, en begint dringend mompelend tegen hem aan te praten. Hij kijkt naar ons, praat over ons. O. antwoordt bedeesd. Na ongeveer vijf minuten staat O. plotseling op en wenk dat we hem moeten volgen. “Laten we ons ijs ergens anders opeten.” Ik vraag O. of hij die man kent. “Nee. En hij had veel te veel vragen naar mijn smaak.” O. begint snel over iets anders. Ik kijk over mijn schouder. De man lijkt opgelost in de mensenmassa.

*Alle namen in dit stuk zijn gefingeerd. Ik heb sommige gebeurtenissen en eigenschappen van mensen samengevoegd, om hen te beschermen.

1 Comment

  1. Caro

    25 september 2017 at 17:18

    Bijzonder om mee te maken!
    Nog even volhouden op het stalen ros.

Comments are closed.