Begin 2016 vloog ik samen met mijn partner Joeri naar Kampala, de hoofdstad van Uganda. Vanuit deze miljoenenstad in het hart van Afrika zouden we naar Kaapstad fietsen, om daar de boot of het vliegtuig naar Nieuw-Zeeland te nemen. Want Nieuw-Zeeland, dat was onze eigenlijke bestemming. Al jaren wilde Joeri mij het land laten zien waar hij bijna 20 jaar geleden verliefd was geworden op de ruige natuur, de vriendelijke mensen en het buitenwonen.

Al gauw raakte Nieuw-Zeeland op de achtergrond. Want fietsen door Afrika, daar moesten we onze kop bij houden. Nadat we de chaos van Kampala achter ons lieten, raakten we al snel de tel van de dagen kwijt en wisten we niet waar we ’s avonds zouden slapen. Fietsen door Afrika bleek een spannend, heet, frustrerend en super mooi avontuur. Maar niet gelogen: het was ook zwaar. In Tanzania overwogen we om het vliegtuig naar Nieuw-Zeeland te pakken. Want we zaten er helemaal doorheen. In plaats van het vliegtuig, namen we de trein. Van Dar es Salaam naar het zuiden van Tanzania. Een machtige treinrit, waar ik van genoot. En na die schommelende uren durfden we het weer aan. Dwars door Malawi en Zambia fietsten we, om vervolgens de extreme hitte en het eindeloze asfalt van de Caprivi te lijf te gaan. Botswana volgde, en toen doken we toch weer Namibië in, om uiteindelijk afgepeigerd Kaapstad in Zuid-Afrika te bereiken.

Daar bleven we twee maanden plakken. Ik werkte bijna fulltime aan freelance-klussen en Joeri beulde zich af als fietskoerier en barista voor een van de mooiste koffiezaken in Kaapstad. Opgeladen, bijgegeten en uitgerust vlogen we naar Nieuw-Zeeland, waar we in 6 maanden het noord- en zuideiland verkenden. We worstelden op de vele trails door natuurparken en waagden ons leven op de kamikaze highways langs de kust. We logeerden een maand in Auckland en een maand in Wellington en na 8 maanden vonden het welletjes. We boekten een ticket naar Tehran, om vanuit Iran terug naar huis te fietsen.

Inmiddels zijn we bijna twee jaar onderweg en zijn we na Iran en Armenië in Georgië beland. En trekken we de conclusie dat fietsen in niet-westerse landen zoveel toffer is. De combinatie van verwondering, ontdekking, verbazing en alles-is-nieuw (tot aan onleesbaar schrift en onbegrijpelijke valuta), en de telkens veranderende landschappen, wegen en jezelf tot over het randje duwen op de fiets, doet onze tenen jeuken en maakt ons blij.

De lange weg terug naar Nederland belooft nog veel.

Als ik tijd heb, tussen het fietsen door, zal ik onze hele route tot-nu-toe via Google maps op deze pagina kwakken. Nog even geduld!